
Bij dit proefje kijk je hoe je een voorwerp (bijvoorbeeld een boek) makkelijker aan één kant op kunt tillen. Je maakt hierbij gebruik van iets wat we een hefboom noemen. Hefbomen vind je ook in bijvoorbeeld een wipwap in de speeltuin, maar ook in bijvoorbeeld kruiwagens, nagelknippers en notenkrakers.
Klik hier voor het bijbehorende werkblad.
Nodig:
- Een vork
- Een redelijk zwaar, plat voorwerp (bijvoorbeeld een boek of een pak pannenkoekenmeel)
Proefje:
- Leg het voorwerp plat op tafel
- Probeer nu één kant omhoog te tillen. Gaat dat makkelijk of moeilijk?
- Steek nu de tanden van de vork aan één kant onder het boek, zoals op de foto hieronder
- Druk naar beneden op de vork, aan het begin van de steel (dus vlak voordat de steel naar beneden kromt; bij de 1 in het onderste plaatje). Is het nu makkelijk of moeilijk om één kant van het boek op te tillen?
- Doe dit nu nog een keer, maar druk nu helemaal aan het uiteinde van de steel van de vork (zo ver mogelijk weg bij het boek; bij de 2 in het onderste plaatje) naar beneden. Gaat dit nu makkelijker of moeilijker dan toen je aan het begin van de steel naar beneden duwde?


Uitleg:
Als het goed is, heb je gezien dat hoe verder weg van het draaipunt (het punt waar de vork ‘omheendraait’ als je het uiteinde naar beneden duwt) je naar beneden duwde, hoe makkelijker je het voorwerp op kunt tillen. Deze natuurkundige wet heet de momentenwet. Deze wet zegt dat de kracht keer de afstand tot het draaipunt aan beide kanten gelijk is. Dus eigenlijk: hoe groter de afstand tot het draaipunt, hoe minder kracht je nodig hebt!