
In dit proefje ga je proberen om een ballon ‘aan de muur te plakken’ en om je haar omhoog te laten staan. Je kunt ook proberen of je een waterstraal af kunt buigen! Bij deze proefjes maak je gebruik van iets wat we statische elektriciteit noemen. Dit proefje lukt helaas niet altijd; het hangt een beetje van het weer af!
Klik hier voor het bijbehorende werkblad.
Nodig:
- Een ballon
- Een kledingstuk, zoals een sjaal (het liefst van kunststof). Een fleecedekentje werkt vaak ook goed!
- Eventueel: een kraan
Proefje 1:
- Wrijf de ballon tegen je haar
- Houd de ballon nu vlak bij je haar
- Wat zie je gebeuren?


Proefje 2:
- Wrijf de ballon langs een kledingstuk (of je haar)
- Houd de ballon nu tegen de muur of bijvoorbeeld een kast aan en kijk of je de ballon los kunt laten zonder dat hij naar beneden valt!

Proefje 3 (extra):
Voor dit proefje heb je een dunne waterstraal nodig. Probeer om verspilling te voorkomen zo min mogelijk water te gebruiken! Of vang het water op in een beker zodat je het nog kunt opdrinken of voor iets anders kunt gebruiken.
- Wrijf de ballon nog een keer langs een kledingstuk (of je haar)
- Zet de kraan een klein stukje open zodat er een dun straaltje water uitkomt
- Houd de ballon vlak naast de waterstraal
- Wat zie je gebeuren?
Uitleg:
Bij al deze proefjes heb je te maken met elektrische ladingen. In de ballon en in de sjaal zitten kleine deeltjes die elektronen heten. Deze elektronen hebben een negatieve lading (de minnetjes in het plaatje hieronder).
Door de ballon langs je haar te wrijven, gaan er elektronen van de sjaal naar de ballon. De ballon wordt hierdoor negatief geladen en je haar positief. Dit noemen we statische lading: de ladingen (de elektronen) staan stil. Twee negatief geladen voorwerpen stoten elkaar af, maar een positief geladen voorwerp en een negatief geladen voorwerp trekken elkaar aan. Hierdoor trekt de ballon je haar nu aan (en stoten je haren elkaar af!).

Je kunt de ballon ook laden door deze langs een sjaal of ander stuk stof te wrijven. Als je de negatief geladen ballon dan bij de muur houdt, worden de elektronen in de muur weggeduwd, waardoor de muur in de buurt van de ballon positief geladen wordt (de plusjes in het plaatje). Hierdoor trekken de ballon en de muur elkaar aan!
Water bestaat uit kleine deeltjes die we watermoleculen noemen. Bij deze moleculen is één kant een beetje positief geladen en één kant een beetje negatief geladen. Als je de negatief geladen ballon naast de waterstraal houdt, draaien de watermoleculen met hun positieve kant naar de ballon toe, waardoor de waterstraal wordt aangetrokken en afbuigt!